SPORTTECHNISCHE LIJN JEUGDWERKING
Tennis & Padel Club Bocholt
Beleidsperiode 2026–2030
1. Onze visie
Tennis & Padel Club Bocholt wil een jeugdwerking uitbouwen waarin ieder kind en iedere jongere zich op zijn of haar eigen niveau kan ontwikkelen.
Onze jeugdopleiding is meer dan het aanleren van technische vaardigheden. We willen kinderen en jongeren laten groeien als sporters én als personen.
Plezier, ontwikkeling, betrokkenheid en ambitie vormen daarbij de basis.
We streven naar een omgeving waarin:
De centrale gedachte van onze jeugdopleiding is:
We ontwikkelen sporters voor het leven, met ruimte voor plezier, groei en prestatie.
2. Missie
De jeugdwerking heeft vijf belangrijke opdrachten.
1. Kinderen laten bewegen
Kinderen op een leuke en veilige manier laten kennismaken met sport en beweging.
2. Kinderen beter maken
Iedere speler krijgt een duidelijke en kwalitatieve opleiding die aansluit bij zijn of haar ontwikkelingsniveau.
3. Kinderen betrokken houden
We willen dat jeugdspelers zich verbonden voelen met de club en er gedurende meerdere jaren actief blijven.
4. Competitie aanbieden
Spelers die dit willen, krijgen kansen om zichzelf uit te dagen in wedstrijden en competitie.
5. Talenten ontwikkelen
Spelers met extra ambitie en mogelijkheden krijgen de begeleiding om hun sportieve potentieel maximaal te ontwikkelen.
3. Eén jeugdopleiding
Tennis & Padel Club Bocholt kiest bewust voor één algemene sporttechnische visie.
We maken in onze opleidingsfilosofie geen fundamenteel onderscheid tussen de verschillende disciplines.
De nadruk ligt op vaardigheden die voor iedere speler belangrijk zijn:
De disciplines waarin een speler actief is, bieden vervolgens verschillende mogelijkheden om deze vaardigheden verder te ontwikkelen.
Op die manier ontstaat één herkenbare jeugdopleiding met één duidelijke identiteit.
4. Het doel van onze jeugdopleiding
Het einddoel is niet om ieder kind een topsporter te maken.
Het einddoel is dat iedere jeugdspeler:
Voor spelers met meer ambitie wordt daar een extra prestatietraject aan gekoppeld.
5. De vijf ontwikkelingspijlers
De volledige opleiding steunt op vijf pijlers.
5.1. Technische ontwikkeling
De speler leert de verschillende bewegings- en slagvaardigheden correct en functioneel uitvoeren.
We streven naar:
Techniek staat nooit los van het spel.
Een techniek is pas echt ontwikkeld wanneer de speler ze kan gebruiken in een wedstrijdsituatie.
5.2. Tactische ontwikkeling
De speler leert niet alleen hoe iets uitgevoerd wordt, maar ook waarom.
We leren spelers:
Onze belangrijkste tactische doelstelling is:
De speler leert zelf beslissingen nemen.
5.3. Fysieke ontwikkeling
De fysieke opleiding wordt aangepast aan de leeftijd en ontwikkeling van het kind.
We ontwikkelen:
Bij jonge kinderen staat algemene motorische ontwikkeling centraal.
Naarmate spelers ouder worden, wordt de fysieke opleiding specifieker.
5.4. Mentale ontwikkeling
Een goede speler moet niet alleen technisch en fysiek sterk zijn.
We leren kinderen:
Een fout wordt niet gezien als falen, maar als een onderdeel van leren.
De trainer stelt daarom niet alleen de vraag:
“Wat ging fout?”
maar vooral:
“Wat kunnen we hiervan leren?”
5.5. Sociale ontwikkeling
Sport is ook een sociale omgeving.
We leren kinderen:
De club wil een omgeving creëren waarin kinderen zich veilig voelen om te leren en fouten te maken.
6. Opleiden volgens leeftijd én ontwikkelingsniveau
Leeftijd is een belangrijk uitgangspunt, maar niet het enige criterium.
Kinderen ontwikkelen zich immers niet allemaal op hetzelfde tempo.
Binnen één leeftijdsgroep kunnen grote verschillen bestaan in:
Daarom werken we met ontwikkelingsniveaus naast leeftijdsgroepen.
Een speler stroomt door wanneer hij of zij daar sporttechnisch, fysiek en mentaal klaar voor is.
7. De zes ontwikkelingsfasen
FASE 1 – BEWEGEN
Richtleeftijd: 4–6 jaar
De eerste doelstelling is eenvoudig:
Kinderen laten bewegen en plezier laten beleven.
De focus ligt op:
Daarnaast maken kinderen op een speelse manier kennis met bal en materiaal.
Er wordt nog niet gestreefd naar een perfecte technische uitvoering.
De belangrijkste vraag is:
“Heeft het kind plezier en wil het opnieuw komen?”
8. FASE 2 – ONTDEKKEN
Richtleeftijd: 6–8 jaar
De kinderen ontwikkelen hun algemene motorische vaardigheden verder.
De nadruk ligt op:
Spelvormen staan centraal.
De trainer werkt met korte opdrachten en veel herhaling.
Kinderen moeten vooral:
doen – ervaren – proberen – opnieuw doen.
9. FASE 3 – LEREN SPELEN
Richtleeftijd: 8–10 jaar
De speler begint steeds meer zelfstandig te spelen.
De technische basis wordt verder ontwikkeld:
Tegelijkertijd wordt het tactisch inzicht geïntroduceerd.
De speler leert:
Vanaf deze fase wordt wedstrijdspel op een natuurlijke manier onderdeel van de opleiding.
10. FASE 4 – ONTWIKKELEN
Richtleeftijd: 10–12 jaar
De speler wordt technisch en tactisch zelfstandiger.
De basisvaardigheden moeten steeds stabieler worden.
We werken aan:
De speler leert steeds meer om zelf oplossingen te zoeken.
De trainer geeft minder directe oplossingen en stelt meer vragen.
Bijvoorbeeld:
“Waar stond je tegenstander?”
“Waar was de ruimte?”
“Wat had je anders kunnen doen?”
11. FASE 5 – INDIVIDUALISEREN
Richtleeftijd: 12–15 jaar
Vanaf deze leeftijd ontstaan grotere individuele verschillen.
De opleiding wordt daarom persoonlijker.
Iedere speler ontwikkelt:
Naast techniek en tactiek wordt meer aandacht besteed aan:
Competitie wordt steeds belangrijker voor spelers die hiervoor kiezen.
12. FASE 6 – PRESTEREN EN ZELFSTANDIG WORDEN
Richtleeftijd: 15–18 jaar
De oudste jeugdspelers worden voorbereid op zelfstandig sporten.
De speler leert:
Voor spelers met voldoende ambitie en engagement kan een intensiever performance-traject worden aangeboden.
Het doel is echter steeds:
De speler wordt eigenaar van zijn eigen ontwikkeling.
13. De opleidingspiramide
De jeugdwerking werkt met vier ontwikkelingsniveaus.
FUN
Voor spelers die vooral plezier willen beleven.
Focus:
DEVELOPMENT
Voor spelers die actief willen verbeteren.
Focus:
COMPETITION
Voor spelers die regelmatig wedstrijden willen spelen.
Focus:
PERFORMANCE
Voor spelers met een uitgesproken ambitie.
Focus:
Doorstroming tussen de niveaus gebeurt op basis van ontwikkeling en engagement.
14. Trainingsfilosofie
Elke training moet drie zaken bevatten:
1. Leren
De speler krijgt nieuwe informatie of verbetert een bestaande vaardigheid.
2. Toepassen
De speler gebruikt de vaardigheid in een realistische situatie.
3. Spelen
De speler krijgt ruimte om zelfstandig beslissingen te nemen.
Daarom hanteren we:
Minder wachten, minder praten, meer bewegen en meer spelen.
15. Trainingsopbouw
Een training van 60 minuten kan bijvoorbeeld als volgt worden opgebouwd:
16. Technische ontwikkeling
De technische opleiding verloopt volgens vier stappen.
Stap 1 – Begrijpen
De speler begrijpt de beweging.
Stap 2 – Uitvoeren
De speler kan de beweging uitvoeren zonder grote druk.
Stap 3 – Toepassen
De speler kan de beweging gebruiken tijdens een spelsituatie.
Stap 4 – Automatiseren
De speler kan de vaardigheid uitvoeren onder tijdsdruk en wedstrijdstress.
Een techniek wordt dus niet als “af” beschouwd wanneer ze er tijdens een oefening goed uitziet.
De echte vraag is:
Kan de speler ze gebruiken wanneer het erop aankomt?
17. Fysieke ontwikkeling
De fysieke ontwikkeling evolueert mee met de leeftijd.
Jonge jeugd
Focus op:
Middenbouw
Focus op:
Oudere jeugd
Focus op:
De fysieke ontwikkeling wordt zoveel mogelijk geïntegreerd in de sporttraining.
18. Mentale ontwikkeling
Mentale vaardigheden worden niet los van de sport aangeleerd.
Ze komen terug in iedere training.
De speler leert:
Focus
Concentreren op de taak.
Zelfvertrouwen
Vertrouwen opbouwen door voorbereiding en ervaring.
Veerkracht
Na een fout opnieuw proberen.
Zelfsturing
Zelf beslissingen leren nemen.
Omgaan met druk
Leren functioneren wanneer iets belangrijk wordt.
19. Competitiebeleid
Competitie is een onderdeel van de opleiding, maar geen verplicht doel.
We willen kinderen leren:
Wedstrijden zijn een kans om te leren wat je in training hebt ontwikkeld.
Competitie leert spelers:
Bij jonge spelers staat ervaring centraal.
Bij oudere spelers kan competitie steeds meer prestatiegericht worden.
20. Winnen en verliezen
Winnen mag gevierd worden.
Verliezen mag gevoeld worden.
Maar geen van beide bepaalt de waarde van de speler.
We willen dat spelers leren:
Een resultaat vertelt wat er vandaag gebeurde. Het zegt niet wie je bent als sporter.
Na een wedstrijd kijken we daarom naar:
21. Talentontwikkeling
Talent wordt breed bekeken.
We kijken niet alleen naar prestaties.
Belangrijke kenmerken zijn:
Technisch
Tactisch
Fysiek
Mentaal
Sociaal
22. Laat ontwikkelen is ook ontwikkelen
De club wil vermijden dat kinderen te vroeg worden beoordeeld.
Een speler die op jonge leeftijd minder sterk is, kan op latere leeftijd een grote ontwikkeling doormaken.
Daarom vermijden we:
We beoordelen vooral:
ontwikkeling, leerbaarheid en motivatie.
23. Individueel ontwikkelingsplan
Voor spelers binnen DEVELOPMENT, COMPETITION en PERFORMANCE kan een individueel ontwikkelingsplan worden opgesteld.
Dit bevat:
Sterktes
Wat doet de speler goed?
Werkpunten
Wat moet verbeteren?
Doelstelling
Wat willen we bereiken?
Actie
Wat gaan speler en trainer daarvoor doen?
Evaluatie
Is de doelstelling bereikt?
24. Trainer als coach
De trainer is meer dan iemand die oefeningen geeft.
De trainer is:
De trainer helpt spelers steeds zelfstandiger te worden.
Daarom wordt niet onmiddellijk ieder probleem opgelost.
Soms is de beste coaching:
“Wat denk jij dat je hier anders kunt doen?”
25. Eén trainersvisie
Alle trainers binnen de jeugdwerking werken vanuit dezelfde basisprincipes.
Iedere trainer:
De oefenvormen mogen verschillen.
De visie niet.
26. Ouderbeleid
Ouders zijn belangrijke partners in de opleiding.
We verwachten van ouders:
De trainer is verantwoordelijk voor het sporttechnische proces.
Ouders ondersteunen.
27. Gedragsbeleid
Iedere speler draagt bij aan een positief clubklimaat.
We verwachten:
Pesten, uitsluiten, discriminatie en bewust onsportief gedrag passen niet binnen onze jeugdwerking.
28. Doorstroming
De club wil een duidelijke ontwikkelingsroute creëren:
BEWEGEN
↓
ONTDEKKEN
↓
LEREN SPELEN
↓
ONTWIKKELEN
↓
INDIVIDUALISEREN
↓
PRESTEREN & ZELFSTANDIG WORDEN
Daarnaast kan iedere speler zich bevinden binnen:
FUN → DEVELOPMENT → COMPETITION → PERFORMANCE
Deze twee systemen vullen elkaar aan.
Een speler hoeft niet automatisch naar PERFORMANCE door te stromen.
Het traject wordt aangepast aan:
29. Behoud van jeugdspelers
Een belangrijke doelstelling van de jeugdwerking is retentie.
We willen voorkomen dat spelers afhaken omdat ze het gevoel krijgen dat:
Iedere speler moet een plaats hebben.
Een recreatieve speler is geen minderwaardige speler.
Een competitieve speler is geen belangrijkere speler.
Iedereen maakt deel uit van dezelfde club.
30. Jaarplanning
Het sportjaar wordt opgebouwd in vier grote periodes.
Periode 1 – September tot December
Fundamenten
Focus op:
Periode 2 – Januari tot februari
Ontwikkeling
Focus op:
Periode 3 – Maart tot mei
Competitie
Focus op:
Periode 4 – Juni tot augustus
Spel & verdieping
Focus op:
31. Jeugdkampen
Jeugdkampen vormen een belangrijk onderdeel van de opleiding.
Naast sportieve activiteiten wordt aandacht besteed aan:
Voor oudere jeugd kunnen aanvullende thema’s worden toegevoegd:
32. Sporttechnische doelstellingen 2026–2030
Tennis & Padel Club Bocholt wil de komende jaren werken aan:
Doelstelling 1
Een duidelijke en uniforme jeugdopleiding.
Doelstelling 2
Iedere speler krijgt opleiding op maat van zijn of haar niveau.
Doelstelling 3
Iedere speler wordt minimaal jaarlijks geëvalueerd.
Doelstelling 4
Meer jeugdspelers actief laten deelnemen aan competitie.
Doelstelling 5
Een duidelijk talent- en performancebeleid uitbouwen.
Doelstelling 6
Jeugdspelers langer binnen de club houden.
Doelstelling 7
Een sterke doorstroming naar de volwassenwerking creëren.
Doelstelling 8
Trainers structureel laten samenwerken.
Doelstelling 9
De jeugdwerking sporttechnisch blijven bijscholen.
Doelstelling 10
De jeugdwerking uitbouwen tot een herkenbaar onderdeel van het DNA van de club.
33. KPI’s
De werking wordt jaarlijks geëvalueerd aan de hand van:
34. Het DNA van de jeugdwerking
De jeugdwerking van Tennis & Padel Club Bocholt wordt gedragen door tien kernwaarden:
Plezier
Respect
Ontwikkeling
Samenwerking
Ambitie
Veerkracht
Zelfstandigheid
Sportiviteit
Betrokkenheid
Verantwoordelijkheid
Deze waarden moeten zichtbaar zijn in iedere training, iedere wedstrijd en iedere interactie binnen de club.
35. Onze sporttechnische filosofie in één zin
Iedere speler krijgt de kans om op zijn of haar eigen niveau beter te worden, met plezier als basis, ontwikkeling als doel en ambitie als mogelijkheid.
36. Onze belofte aan iedere jeugdspeler
Iedere jeugdspeler van Tennis & Padel Club Bocholt mag rekenen op:
- een veilige sportomgeving;
- respect;
- kwalitatieve begeleiding;
- duidelijke ontwikkelingsdoelen;
- kansen om te spelen;
- kansen om competitie te ervaren;
- ruimte om fouten te maken;
- feedback;
- uitdaging op maat;
- kansen om door te groeien.
37. Slotvisie
Tennis & Padel Club Bocholt wil een jeugdwerking zijn waar iedere speler ertoe doet.
We willen geen systeem waarin kinderen zo snel mogelijk worden ingedeeld in “goede” en “minder goede” spelers.
We willen een omgeving waarin ieder kind de kans krijgt om zich te ontwikkelen.
De ene speler zal vooral plezier beleven aan het sporten.
Een andere speler zal competitie ontdekken.
Nog een andere speler zal de ambitie ontwikkelen om het maximale uit zichzelf te halen.
Al deze spelers horen binnen dezelfde jeugdwerking.
Daarom is onze kernvisie:
Van eerste kennismaking tot volwassen sporter: iedere speler krijgt de ruimte om te groeien.
We ontwikkelen niet alleen betere spelers.
We ontwikkelen kinderen en jongeren die:
zelfstandig denken, verantwoordelijkheid nemen, respect tonen, omgaan met tegenslag, samenwerken en plezier beleven aan sport.
Dat is de sporttechnische basis waarop Tennis & Padel Club Bocholt haar jeugdwerking de komende jaren wil uitbouwen.





